Doelen stellen

 

Wanneer

 

Pas na het grondig lezen van de opdracht en het ophalen van voorkennis, stelt de leerling het doel van de opdracht vast. Alleen als de leerling dit niet doet, coacht de leerkracht.

Wat

 

De leerling gaat op zoek naar het doel van de opdracht. De leerkracht kan de leerling wijzen op informatie in de opdracht die het doel van de opdracht aangeeft. De leerkracht kan de leerling vragen of ergens informatie staat waaruit het doel van de opdracht blijkt, of eventueel gericht wijzen op deze informatie. Bij alles geldt dat de leerling zoveel mogelijk zelf moet achterhalen wat het doel van de opdracht is.

 

Hoe

 

De leerling stelt zichzelf bij de opdracht de vraag: wat is het doelvan deze opdracht? Bij een som moet de leerling bedenken wat hij of zij moet uitrekenen. De leerling moet bijvoorbeeld goed bedenken of er uitgerekend moet worden wat weggaat of wat overblijft. Moet de prijs van een voorwerp worden uitgerekend of juist het wisselgeld dat iemand terug krijgt als hij dat voorwerp koopt? Om het antwoord later te kunnen controleren, is het nuttig voor de leerling om een schatting te maken. En het is belangrijk om te achterhalen welke getallen uit de som nodig zijn om het antwoord te berekenen. Bij een taalopdracht helpt het als de leerling in eigen woorden vertelt wat de leerling over een onderwerp te weten moeten komen.

 

Waarom

 

 

Om een taak goed te kunnen volbrengen is het belangrijk dat de leerling nauwkeurig achterhaalt wat de bedoeling van de opdracht is. Bovendien kan zo’n duidelijk doel de leerling helpen om aan het eind na te gaan of de opdracht goed en volledig is gemaakt.

 

Voorbeeld

 

Redactiesommen zijn een goed voorbeeld van opdrachten waarbij de leerling moeite moet doen om te achterhalen welke vraag er eigenlijk gesteld wordt.